Erfgoed

felipe-correia-469512-unsplash

Photo by Felipe Correia on Unsplash

Wat als ik eens wat aanlummel hier op wordpress? Zomaar tokkel wat in me opkomt. Zonder doel, zonder verlangen. Gewoon zien waar ik uitkom.

De afgelopen periode dacht ik al meerdere keren aan mijn Spaanse ex-collega. En hoe ik haar nog zou mailen en dat tot op heden niet deed. Ze was al toen ik nog een collega was, aan het oefenen op handstand. Ik had haar in mijn laatste mail wat aandachtspunten doorgestuurd. Schouders open, rug recht, corrigeren met schouders en benen. Enfin, voor zover ik nog weet hoe je dit aanleert. Weet niet hoe ver ze staat intussen. Wat wel maakte dat ik voor mezelf half en half de wens heb geformuleerd om terug te oefenen op radslag zonder handen. Die kon ik al vrij vroeg als kind. Ook op een lijn, bijna altijd pats-boem erop. Maar op de balk durfde ik hem niet alleen. Hoezeer mijn trainster ook aandrong. Omdat ik heel levendige beelden zag van hoe je allemaal kan vallen als het misloopt. Pijnlijk!

Tot ik op mijn zestiende of zo naar Dunkerque ging op stage met een Belgische delegatie turnsters. We sliepen bij gastgezinnen. Ik herinner me goed dat ik bij een gezin terecht kwam met een jonge turn-tweeling, meisjes. Een ouder jongetje ook als ik het me goed herinner. Ik at thuis bij mijn ouders altijd stipt om 17u avondeten. Omdat mijn moeder in een avondschool werkte en na de afwas meteen moest vertrekken. In Dunkerque aten ze om 21u. Ik had berehonger na een hele dag training en durfde niets zeggen. Huilde stiekeme tranen. De mensen waren lief, daar niet van, maar ik was niet gelukkig. En dan was er nog die trainster die me dagelijks op de hielen zat om mijn radslag zonder handen op de balk te doen. Vas-y T, vas-y!!
Eerst koppig volhouden om hem niet te doen. En uiteindelijk uit boosheid hem wel draaien. En opnieuw. En opnieuw. Alsof ik voorbestemd was om het record radslag zonder handen op de balk in Dunkerque te draaien.

Terug thuis had ik nog steeds de durf te pakken. Een balk is 1.20 meter hoog en 10 cm breed. Vooral niet bij nadenken. Maar ik heb hem maar één keer op wedstrijd gedraaid. Omdat tijdens de opwarming al iemand half op de balk hing toen ik hem oefende en ik helemaal de kluts kwijt was daardoor. Er afviel. Niet op een pijnlijke manier, wel op een onzekere. Maar van die ene wedstrijd, die ene radslag zonder handen, daar bestaat wel een foto van. Met voeten als kapstokken. Maar waarom ook je tenen strekken op die korte afstand als je ze dadelijk weer op de balk moet zetten. Energieverspilling. 🙂

Luister, de zingende buurman met hondjes loopt weer langs (even uw verbeelding aan het werk zetten) Die man probeert altijd heel erg mijn aandacht te vangen om dan iets ongelooflijk voorspelbaar te zeggen. Dan lach ik dankbaar en kordaat. De man aan het einde van de straat die heen en weer wandelt of rokend op een muurtje zit heeft ook mijn goeiedag ontdekt. Wel mooi om zien hoe open zijn gezicht lacht telkens hij zwaait en roept als hij ziet dat ik er aan kom. Ons momentje.

Ja, ja. Het is me wat. Daarstraks heb ik nog eens geluidsbestanden gemaakt. Maar met de voicerecorder kreeg ik een betere kwaliteit dan met mijn nieuwe microfoon. Moet misschien eens uitvissen wat ik fout doe. Een blog ingelezen en een gedicht. En opgestuurd. Om in een museum te ‘tonen’. Mijn stem in een museum. Hoor mij, toekomstig erfgoed 😉 (erf-goed…erf een Fiducia 🙂 – vreemd woord overigens, notaris nogantoe)!

Morgenvroeg nog een uurtje gaan inlezen. Is weer een poos geleden. En dan wat afwerken om zo vrij als mogelijk een week vrijaf in te gaan. Niet met een lege agenda. Dat zou ik niet kunnen hanteren.

Voilà. Tot daar mijn gelummel voor vandaag.
Benieuwd welke foto ik daarop kan kleven zodadelijk…

Advertenties

Zorgzame communicatie

alice-pasqual-258250-unsplash

Photo by Alice Pasqual on Unsplash

Misschien moet ik het hier beginnen neerschrijven. Dat wat op een duidelijke manier moet gecommuniceerd worden om vertrouwen te geven en tot dusver niet gebeurt, waardoor mensen in angst schieten. Ik heb het ook even gevoeld overigens, in een zwak moment.

Ik ben chronisch ziek. Hoewel ik eraan werk dat ‘chronisch’ om te buigen. Mocht u al wat gesnuisterd hebben doorheen mijn blogberichten, dan klinkt deze boodschap u mogelijk niet vreemd in de oren. Of leest ze niet vreemd in uw ogen, in dit geval. Waar was die wens overigens om mijn nieuwe microfoon een taak te geven? Enfin.

In mei 2016 ben ik na zes jaar ‘invaliditeit’ (waardeloosheid dus), deeltijds in progressieve tewerkstelling aan de slag gegaan (nu heet dat toegelaten arbeid) bij een start-up bedrijf. Ze hadden me gespot op Linkedin. Van het één kwam het ander. Ik werkte er tien uur per week in progressieve tewerkstelling wat betekent dat ik een loon kreeg voor tien uur en een bijpassing van de mutualiteit zodat ik maandelijks kon rondkomen…als alleenstaande met hoge ziektekosten en mama van twee grootheden ben ik dankbaar dat die optie bestaat in ons land.

Maar het wilde niet werken, ik vond mijn draai niet in de organisatie, was nog veel te onzeker over mezelf en mijn mogelijkheden waardoor ik er naar mijn gevoel een knoeiboel van maakte. Er heerste chaos ook, wellicht normaal voor een start-up bedrijf, maar misschien niet zo ideaal als je eigen hoofd overwegend chaos is. Kans is klein dat de ene chaos helemaal mapt op de andere en er zo stilte ontstaat. Enfin. Ik nam ontslag en startte in een nieuwe job. Halftijds deze keer, en in de sector waar mijn ervaringskennis ligt, de sector waar ik al jaren vrijwilligerswerk deed en doe.
Dus iets meer loon en nog een, zij het kleiner stuk, bijpassing door de mutualiteit.

Nog steeds niet evident. Maar nu, na meer dan een jaar in die setting, voel ik wel hoe mijn kracht en zelfzekerheid is toegenomen. Ik ben er nog niet. Ik ga nog heel vaak naar een lichaamstherapeut waar gisterenochtend nog een lading is afgekomen die ik op dit blog verwerkt heb in een gedicht.  Als een kind eindelijk haar boosheid mag uiten. Kan uiten. Volgen tranen met tuiten. Een beetje met een keer geheeld…
Met geduld. Met zachtheid. En geduld. En geduld…
En vaak ook moet ik even de stekker uittrekken. Om het verdriet een kanaal te geven. Toe te geven aan vermoeidheid en fysieke pijn. Naar mijn lichaam te luisteren.

Maar nu beweegt er wat. De federale gezondheidsminister hervormde het systeem van toegelaten arbeid. De berekening van de uitkeringen is veranderd. De berichtgeving vanwege de mutualiteit daarover aan mij als ‘gebruiker’ van dat systeem, was ronduit pover. Maar ik ben niet iemand die dan gaat panikeren.
Meer nog, ik zou eigenlijk niet liever hebben dan dat heel de laag ‘geld’ uit onze samenleving verdwijnt. Om weer plaats te maken voor waar het echt om draait, wat in waarde geruild kan worden.

Een ruilmiddel laten groeien, wie heeft dat eigenlijk uitgevonden?!
Wanneer schreef ik dat bericht over wildslapen ook alweer?

Enkele mensen met een laag bruto-inkomen zouden door deze hervorming hun inkomen serieus zien dalen. Dat is intussen rechtgezet, na enkele pittige getuigenissen van drie krachtige vrouwen en een opiniestuk in de krant. Binnen twee jaar volgt een evaluatie van de hervorming.

Intussen kreeg ik nog verontrustende berichten als zouden enkele lotgenoten geen vrijwilligerswerk mogen doen naast hun toegelaten arbeid. Dan kan u wel zeggen: ‘als ze als vrijwilliger aan de slag kunnen, kunnen ze betaald werken ook. Het zijn profiteurs! Dan zeg ik u: dat klopt langs geen kanten. Ik verlies veel energie in mijn job, wat ik tracht recht te trekken door vrijwilligerswerk te doen dat ik graag doe. Om de rest van de tijd mezelf te handhaven, door vroeg te gaan slapen en bewust verbindende of solo-momenten in te lassen. Ik werk keihard. Aan mezelf. En aan de samenleving die ik dankbaar ben dat ik een bijpassing krijg op mijn loon. Ik geef iets terug aan de samenleving. Ik geef vanuit mijn eigen ervaringskennis iets terug aan de reguliere zorg die mij niet heeft kunnen geven wat ik nodig had. Ik ben niet rancuneus, ik help om de zorg beter te maken zodat mensen na of naast mij hopelijk minder moeten lijden.
En met mij vele andere welwillende krachtige mensen.

Als dit de tendens is, dat enkel betaald werk nog telt voor een overheid, waar gaan we dan nog warmte vinden? Bij de klimaatopwarming hoor ik u al grappend zeggen.
Ik kan er niet mee lachen.
Er zijn dingen die zinnigheid nodig hebben in plaats van lichtzinnigheid.
Er zijn dingen die een lange termijn visie nodig hebben in plaats van een quick-fix oplossing.
En er is één constante en dat is zorgzame communicatie.
En dat houdt ook openlijke analyse van polariserende uitspraken in.

Tenslotte, als we straks een basisinkomen krijgen, zal ik blijven doen wat ik nu als vrijwilliger doe en blijven bijleren. Ik hoop dat de samenleving daar blij om is.

Lap, nu ben ik bijna kwaad door mijn eigen schrijven…

Fluïde observaties

karly-santiago-450179-unsplash

Photo by Karly Santiago on Unsplash

En dan is er tijd. En de keuzevrijheid om die in te vullen zoals ik dat wil.

Geen beelden. Louter een blanke pagina om er woorden aan toe te vertrouwen. Die niet eens gewichtig moeten zijn. Niet vanavond. Niet deze week. Misschien zelfs nooit.
Was ik het niet die in mijn CV schreef ‘als waarden mogen leven, wordt werken spelen’.
Zo ook het voeden van dit blog. Als ik het niet spelend kan, dan liever niet.

Mijn hoofd werkt anders dan anders. Al een tijdje. Ik kan het niet goed omschrijven.
Er is onzekerheid over mijn observaties. Observaties die ik verwacht vloeien over in observaties die ik niet verwacht. En dat hoeft op zich geen verwondering te geven. Het is echter de grens die zo vaag is geworden. De grens waar ik vroeger duidelijk kon stellen ‘dit is echt’ en ‘dit is verbeelding’. Op die grens is alles nu ‘hecht’ geworden.
Of fluïde misschien, om de teneur van mijn laatste blogbericht aan te houden.

Het mag er zijn, daar niet van. Maar ik word er best onzeker van. En dan roert verdriet zich, zoals nu. Om al die geworstelde jaren waar het vaak verbeelding bleek en ik dat onder ogen moest zien. Na een hele dag me afvragen of ik nog graag doe wat ik doe voor de kost, moet ik me nu ook nog afvragen of de observaties die ik als onverwacht omschrijf, de aandacht verdienen die ik ze geef.

Er zijn momenten dat ik er plezier aan beleef. Ik bedoel, een stapeltje naakte LP´s vinden op een muurtje…dan is een logische vraag toch ‘wie legde die daar?’
En die vraag is genoeg om mijn verklaringsmodel in gang te steken. En dan kom ik uiteindelijk bij mezelf uit. Dat ligt daar opdat ik het zou opmerken en er betekenis aan zou geven.

Dan denk ik aan het artikel dat ik schreef voor het Global Listening Centre. Hoe ik van hen nog geen nieuws ontving over een eventuele publicatie. En ook dat me wat onzeker maakt.

Tijd om echt te luisteren en me af te vragen: ‘How can I matter to the world?’
Ik denk sowieso dat ik dringend andere talenten moet gaan cultiveren dan degene waar ik nu voor betaald word.
Een collega zei het onlangs zo mooi:
‘Het wordt tijd dat jij betaald wordt voor de dingen die je graag doet.’
Of zou een geldelijke verloning opnieuw het plezier in wat ik doe wegnemen?

En waarom schrijf ik dit allemaal onder een blogbericht met de titel ‘fluïde observaties’?
Omdat ik er een link tussen leg. Hecht. Punt.

True listening gives birth to magic!
Misschien is dat de verklaring…

Impressies

zygimantas-dukauskas-579493-unsplash

Photo by Žygimantas Dukauskas on Unsplash

Zo weinig dagen, zoveel indrukken.

Donderdagavond aan een webinar deelgenomen over multipotentials. Althans, tot het reclamegedeelte begon. Intussen die term al laten vallen bij een deelneemster aan de cursus herstelschrijverij met de opdracht er eens naar te googlen.

Me toch ook onzeker gevoeld tijdens het geven van de cursus. Dit geuit. Gerustgesteld mogen worden. Nogmaals de bevestiging gekregen dat de cursisten het waarderen dat deze schrijfgroep zo hecht is. Veiligheid een constante is. Ze zich thuis voelen.
Waarbij iemand de wens uitte om contactgegevens te delen en na de cursus nog met elkaar af te spreken.
Waar inmiddels een aanzet toe is gegeven door mijn co-begeleidster via mail.

Een lunch-onderonsje gehad met een vriendin alias cursiste.
Ik zie haar steeds meer openbloeien. Ben trots op haar, op de weg die ze aflegt.
Ons samen verwonderd over de manier waarop een krijsend baby´tje werd ‘gekoesterd’ door een wel zeer jong ogende mama.

Op mijn wandeling naar het station enkele naakte LP´s zien liggen op een muurtje.
Op mijn stappen teruggekeerd om te achterhalen wat erop stond.
‘Friends’. Met de glimlach mijn weg verdergezet.

Ja, vrienden.
Ik voel ze, maar ik weet niet hoe talrijk ze ‘aanwezig’ zijn.
Of toch, ik meen dat ze talrijker zijn dan ik kan inschatten.
Of ik maak het mezelf wijs, zodat ik het volhoud…

Een intens mooie brief gelezen van mijn co-begeleidster op de trein. Als invulling van een schrijfopdracht die ik gaf in de les.

Diezelfde avond in het Fotomuseum in Antwerpen naar een documentaire gaan kijken van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Bond Zonder Naam en Zwijgen is geen Optie over een groep leerlingen die een vluchtelingenroute volgde. Stille getuige zijn van de oprechte verbinding die deze jonge mensen aangingen met vluchtelingen. Hoe de vluchtelingen vervolgens hun dankbaarheid uitten omdat er (voor de verandering eens) naar hen geluisterd werd. Ze in verbondenheid zien zingen, ondanks de pijn in hun hart. De reflecties van de leerlingen horen op wat hen raakte. Hun drive zien en horen om het hier niet bij te laten. En ja, op dit eigenste moment geeft dit nog steeds emotie. In de zaal was de pijn in mijn ‘systeem’, mede door de muziek die onder de documentaire werd geplaatst, ook tot tranen toe voelbaar.

Ik heb de zaal verlaten en ben nog even de makers van Zwijgen is geen Optie (zwijgenisgeenoptie.be) gaan bedanken om me de kans te geven deze documentaire te ‘beleven’. Hen verzocht ook om alsjeblieft door te gaan met hun passie vorm te geven. Te mompelen dat ik meteen doorging omdat de prikkels iets te overweldigend waren. Van allebei een dankbare kus gekregen dat ik erbij wou zijn. Om vervolgens een behoorlijke portie kleiner in de avondlucht naar mijn eenvoudig hotel in Antwerpen te stappen. Langsheen de volle terrasjes en het niets-vermoedende speelplein. Nog even verbinding gemaakt met een man die in eenzaamheid de infrastructuur van de Antwerpse stadsfietsen schoonhield.
‘Zo laat nog aan het werk?’.
‘Altijd’.
Doorbroken stilte. Verbinding.

Op mijn kamer de intens mooie brief herlezen van mijn co-begeleidster. Haar een bedankje gesmst. Radio Minerva beluisterd, als enige optie.

Zaterdagochtend tijdens de terugreis aanschouwd hoe in het laatste station dat we passeerden bijna alle reizigers het hoofd gebogen hielden boven hun smartphone.
In verbinding, …Uiteraard, de dag van vandaag. Maar niet met elkaar.

Gisterenavond naar een schoolreünie geweest waar respectievelijk dertig, veertig, vijftig en zestig jaar afgestudeerden van de middelbare school verzamelden voor een buffet en het opvissen en verhelderen van herinneringen. Er was zelfs een man bij, een emeritus professor,  die zeventig jaar was afgestudeerd aan mijn middelbare school. Later op de avond sprak ik hem aan, maar hij kende de oud-rector niet die ik vernoemde, hoewel die aan dezelfde universiteit professor was geweest.

Een hele fijne avond beleefd. Geleefd.
Met tal van hartelijke begroetingen en oprechte complimenten.
Wensen om het contact aan te houden ook.
Dit zou ik tot pakweg vijf jaar geleden niet gekund hebben.
Jaren doorgesleten angst om wederom het middelpunt van spot te zijn.
En ja, daar is de emotie weer.

Om half elf naar huis gefietst en op driehonderd meter van mijn deur een stuk van mijn sleutelhanger verloren. Althans, ik hoorde iets vallen, wou op dit verlaten stuk niet op zoek gaan, en vanochtend kwam ik tot de ontdekking dat het mijn sleutelhanger was van de huissleutel die ik met het ringetje over mijn vinger had gehaakt. Het schroefje was los gegaan. Een geluksmunt met een boeddha op. Heb vanochtend even het traject te voet afgelegd in de hoop de munt terug te vinden.
Twee andere sleuteltjes gevonden, maar geen munt. Het deed wel iets. Maar ik besloot dan maar de twee sleuteltjes te bewaren die mogelijk deuren openen naar iets nieuws. Twee deuren ineens, wie weet.

Ik heb mezelf september als deadline gegeven. En mijn intentie geformuleerd.

Fluïditeit

 


Hoe het is om jezelf op het spel te zetten?

Dat zal ik weten als dit bericht de wereld vindt. Of omgekeerd.
Ik heb alleszins niet geslapen vannacht. Ik heb gehuild. Nochtans had ik een fijne dag gehad. Beetje stressvol wel, maar fijn. ´s Ochtends een skypegesprek waar ik heel veel moeite moest doen om de flarden van zinnen een betekenis te geven.

De directeur van mijn vrijwilligerswerk zat naast me. Nu ja, niet in het begin. Toen ik zag dat ze op de andere locatie ook een skypeverbinding met hem legden, vroeg ik waarom we die twee bureaus dat we van elkaar verwijderd waren niet konden overbruggen om aan één computer deel te nemen aan het overleg. Hij was zich er niet van bewust dat ik ook deelnam aan de vergadering. Kwam op een loopje naar het kantoortje waar ik zat.
Ik had toen ik een koffietje ging halen al gezien dat hij op kantoor was, maar vermoedde dat hij andere dingen te doen had dan deel te nemen aan het overleg en liet hem met rust.

Na een dik uur hebben we onze inspanningen gestaakt en de verbinding verbroken.
Geef mij maar live bijeenkomsten, in dit geval veel minder vermoeiend.
Misschien valt dat beter mee met andere apparatuur…

Daarna heb ik me over een sneuvelnota gebogen zoals diezelfde directeur me had gevraagd. Heb me daarvoor aan een tafel gezet in de tuin. Licht briesje, mijn papieren in de streep schaduw, lezen en aanduiden. Met rood, merkte ik tot mijn verbazing. Had zomaar een pen van het bureau gegrist. De financiële en personeelsaangelegenheden heb ik overgeslagen. Wie doet wat en wat moet dat allemaal kosten. De grootste zorg van veel organisaties, terwijl het allemaal fluïde zou moeten zijn. Misschien zelfs niet beperkt tot de eigen organisatie…mensen…middelen…geld…apparatuur…in-uit-meer-minder-nu-straks…

Wie wil wat doen en haalt vandaag voldoening uit welke taak? En hoe zal dat evolueren? En de kost…Ik heb ooit in een organisatie gewerkt waar overheidsmiddelen werden gevraagd voor een roadshow. Ik zal schrijven dat mijn leidinggevende een raming maakte van 12.000 euro, al kan het ook 18.000 euro geweest zijn. Alle zalen en catering waren geboekt, de communicatie was gebeurd. En toen kwam de boodschap dat de overheid niet zou tussenkomen. En kregen wij de opdracht de roadshow dan maar gratis te organiseren. Uiteindelijk kwamen we op een budget van een kleine 3.000 euro.
Ik heb dat altijd vreemd gevonden. Waarom zit daar een verschil op de raming naargelang het geld uit een ander potje komt?

Net als gaan eten en het duurste eruit kiezen omdat je niet zelf betaalt. Alsof de ander dat niet doorheeft. Enfin, waar bemoei ik me mee.

En nadat ik de nota met mijn suggesties op de directiestoel ben gaan leggen, ben ik richting station gefietst voor het overleg in Brussel. Een andere constellatie dan anders. Ik die nu weinig moest doen op het overleg zelf tegenover tevoren. Nu ja, ‘moest’…misschien zat ik vast in een rol waar ook de andere groepsleden zich door vastgezet voelden. En misschien ook zelfs de deelnemers aan het overleg. Hoedanook. Ik vond de vergadering van gisteren superfijn. Met een sterke participatie van de deelnemers, wat we willen doortrekken naar volgende vergaderingen. Stressvol op sommige momenten, er zaten zeker ook aandachtspunten in, maar ik had nu het gevoel dat we samen stonden voor onze opdracht in plaats van ik alleen. Bevreemdend, maar fijn.

Op mijn treinrit huiswaarts kreeg ik telefoon van een collega dat ik mijn laptop was vergeten. We spraken af dat zij een andere weg huiswaarts zou nemen zodat ze even langs mijn huis passeerde om het kleinood af te geven. Later op de avond bleek zij haar lader zelf ook vergeten te zijn op een stoel in de vergaderzaal, maar die is ze als alles goed zit intussen gaan oppikken deze namiddag.

Nog even bij mijn buren binnen geweest die me toonden dat er een aantal herstellingswerken begonnen zijn. Ze toonden me ook een visitekaartje van de lokale woninginspectie. Ik was superblij voor hen, maar stel me nog vragen bij de duurzaamheid van de werken die aan de gang zijn. Ik mocht op een klein krukje in de keuken plaatsnemen. Mijn koffie stond al klaar. Fijn gekeuveld en gelachen. Nederlands  voor haar afgewisseld met Engels voor hem. Fijne mensen. En ik bedacht me later in bed dat ze nergens een hoekje hebben om te zitten. Zal mijn eigen huisje ook maar eens op orde zetten zodat ik hen warm kan onthalen en we hier eens thee kunnen drinken.
Ze drinken zelf geen koffie. Maar maken er steevast als ik kom.

Terug thuisgekomen en me in de zetel geploft. De dag eruit gehuild.

En om 20u10 kreeg ik een bericht van mijn baas die ook op de vergadering in Brussel zijn zegje had gedaan:
‘Goeie start van de vergadering maar het einde in mineur. Jammer.’

Mijn welverdiende avond was het begin van stuk. Drie berichten verder helemaal…dus heb ik in het vijfde bericht de conversatie gestopt. En dat voelt op zijn minst niet fluïde.

 

 

 

Voor het leven

rawpixel-com-284732-unsplash

Photo by rawpixel.com on Unsplash

Zo, ik heb toch maar mooi zijn telefoonnummer.

En hij het mijne niet, hoewel dat zijn vraag was. Toen hij begon door te hebben dat ik niet zou toegeven gooide hij het over een andere boeg. Dat ik toch wel binnen de achtenveertig uur zou reageren?! Ik heb eerlijk gezegd dat ik dat niet kon beloven.

Mooie ogen had hij wel.

En grappig vond ik het eigenlijk ook. Dat hij de straat overstak en parmantig vroeg of hij naast me mocht komen zitten. Hij had me al in de gaten van helemaal aan de andere kant van de straat, zei hij, waar hij stond te wachten tot het licht op groen sprong. En hij mij had gespot met mijn flesje water naast me en pen en notitieboek in de hand. Ik had ‘zijn hart een sprongetje doen maken’. In het Frans nog wel. ‘En dat gebeurt echt niet vaak.’ Zei hij dus…

Dat hij uit Tunesië kwam en al een jaar gescheiden was. Dat is lang voor een man. En diepgelovig. Waardoor het extra lang is voor een man, vermoed ik dan. Als ik ook geloofde dat het iets met hem kon worden dan moest ik met hem een koffie gaan drinken. (Om de praktische zaken van onze langdurige relatie te regelen). Dat ik een andere afspraak had en mijn nummer niet zomaar geef vanwege eerder onfijne ervaringen, daar had hij begrip voor.
Maar achtenveertig uur om me te bedenken en hem alsnog te bellen, dat moest redelijk zijn. Maar hij nam respectvol afscheid omdat ik die richting uitstuurde vermoed ik.
En hij vervolgde zijn weg.

Ik even later ook, na het schuddebuiken. En ik zag hem in de verte lopen. Kreeg zowaar weer bijna de slappe lach. Moet dit nu altijd mij overkomen? De werkman die in zijn camionet zijn bokes at, omdat hij wellicht geen vergadering met broodjeslunch had genoten net daarvoor, zal er ook zijn gedacht over hebben.
Over die vreemd grinnikende vrouw daar op de stoep. Ik weet niet wat zijn hart deed. Maar aan zijn gezicht te zien was honger stillen een ernstige zaak.

Voor mijn zelfverklaarde aanbidder de straat verliet, zag ik hem nog schaamteloos en vol aandacht het hoofd draaien om de derrière van een als poetsvrouw geklede vrouw te bewonderen. Lap, alweer een glimlach op mijn gezicht. Ja, een jaar is lang.

Het leven kan soms hard zijn.
Gelukkig heb ik letters ter beschikking om mijn wereld weer met de voeten op de grond te brengen. En heb ik mijn therapeut om één en ander te duiden. En me weer te aarden.

Tiens, dat rijmt op baarden. Paarden haarden staarden lafaarden ontaarden en zomeer.