Mozaïekei

Photos by Unsplash

Mijn grootvader woont in een woonzorgcentrum. En hoewel hij er niet helemaal gelukkig is, zal het niet gelegen hebben aan de initiatieven die men er organiseert en ondersteunt.
Zo is er onlangs iemand langs geweest die hem geschilderd heeft.
Een heel mooi portret waarin je hem goed kan herkennen.
Dat circuleerde de afgelopen dagen per mail in de familie op initiatief van mijn moeder, die hem het meest bezoekt.

Ze had het portret in zijn kamer gevonden en hem ernaar gevraagd.
Hij herinnerde het zich eerst niet, maar daarna wel.
Flarden.

Onlangs kwam hij ook op de regionale televisie. Omdat het woonzorgcentrum een systeem had aangekocht waarbij de bejaarden op een hometrainer fietsen terwijl op een beeldscherm hun buurt aan hen voorbijkomt.
Dat het fijne herinneringen mag oproepen, dat hoop ik voor hen.

Gisterenavond ben ik met mijn ouders, kinderen en nonkel gaan eten in een fijn restaurant in mijn buurt. Als verjaardagscadeau voor mijn moeder…haar verjaardag van vorig jaar. Ik had haar broer erbij gevraagd. Hij is net verhuisd naar het ouderlijke huis en mijn ouders hebben hem daarbij geholpen.

Ik heb gezien dat ze allemaal van het onderonsje genoten hebben.

Ikzelf vond het fijn hen te zien genieten, al geniet ik zelf nog meer van één op één contacten, of maximaal met vier, waar ik echt in gesprek kan gaan in plaats van door elkaar te harrewarren in een restaurant waar ook aan andere tafels soms hevig gediscussieerd wordt. Soms zelfs over dezelfde onderwerpen als aan onze tafel. Flarden. Chaos. Vermoeidheid.

Dat ik anders ben. En dat van mezelf toelaat.
Misschien kom ik uit een mozaïekei*.

*Mozaïekei = ei waarin reeds in een zeer vroeg stadium de vermogens tot bepaalde ontwikkelingen gelokaliseerd zijn. (Dikke Van Dale)

 

 

 

Advertenties

Fiducia in Wonderland is back

issa-momani-402139

Photo by issa momani on Unsplash

Het was een ingeving om een halte eerder af te stappen.
De tram zat eivol en ik had behoefte aan verse lucht. Zodra ik een voet op de grond zette voelde ik me vrij. Was wel rillerig na de behandeling bij de lichaamstherapeut, maar ik kon weer ademen. Er was een containerschip aan lading afgekomen. Dat is wat mijn therapeut zei nadat we het samen hadden doorleefd. Ik had het zien aankomen en het is goed dat het gebeurde.
Mijn ontlading is niet afgerond. Maar het is toch al een containerschip minder.

Ik stapte dus gezwind door richting station toen mijn blik viel op een open doos naast een gevel…met kunstboeken, zo bleek. Weer kunst…
Ik bukte me om beter te kijken. Bladerde in het bovenste boek. Keek omhoog naar de gevel van het huis. Bekeek het boek eronder. En daaronder. Een stuk of zeven boeken,
Het waren heel mooie boeken. Ze oogden duur en nieuw. Of verzorgd ingekeken. Zou iemand ze vergeten in te laden zijn? Ik besloot even aan te bellen.
De onderste bel gaf geen respons.
De bel erboven ook niet.

Neen, ik zou me niet ok voelen om ze mee te nemen. Dus stapte ik verder.
Maar wel met een gestolen glimlach. En een ieni-mini-huppelpas her en der.

Fiducia in Wonderland is back in town.

Om vijf uur had ik een afspraak voor een verkennend gesprek bij een nieuwe huisarts. Ik fietste via de fijnste weg naar de juiste straat en stak over. Het was een oneven huisnummer herinnerde ik me. Maar dat bleek niet te kloppen. Dus haalde ik mijn agenda boven en vond het juiste even nummer.
Terug overgestoken, fiets op de ketting gelegd, aangebeld.
Zachte zoem om me binnen te laten. Een Wonderland-manier om me op weg te loodsen naar de wachtkamer. Dat kan ik wel appreciëren 🙂
Stilte in de wachtkamer. Alleen ik en het gedempte geluid van de straat dat door het raam met stukken folie schemerde.
Ik trok rustig jas, muts en sjaal uit en zette me neer. Dit voelde fijn.

Even later kwam een jonge vrouwelijke arts me halen en vond ik mijn plek op één van de twee stoelen tegenover haar bureau.
Ik heb haar de twee meest relevante blogberichten voorgelezen om te duiden waarom ik daar was. En verder informatie gegeven die een huisarts nu eenmaal nodig heeft. En gevraagd of ze nog iets wilde weten. Ze vroeg niet om het medisch dossier bij mijn vorige huisarts op te vragen. Maar wellicht gebeurt die overdracht nu elektronisch. Of heel misschien mag ik met een schone lei beginnen vandaag. Misschien is dit de eerste dag van de rest van mijn leven.
17 november 2017. De dag dat ik groot genoeg was om mijn grenzen te stellen.

Er prikken tranen, ik prik niet terug.

 

 

Expositie

aaina-sharma-323673

Photo by Aaina Sharma on Unsplash

Het was me iets te veel animo op de bank achter me, waar net twee studenten waren komen zitten. Dus pakte ik mijn spullen bij elkaar en liep naar voor in de trein tot ik een plekje vond in de rijrichting, op een tweezit. Het was er fijn in alle stille eenvoud.

Ik nestelde me tegen het raam, uitgeput en klaar om het landschap en de bewegingen in me op te nemen. Dat is waar genieten voor me. Het kabbelen der dingen.

Een vriendin kwam in mijn bewustzijn en ik besloot haar een sms te sturen. Dus reikte ik naar mijn handtas die rond mijn schouders hing en rechts op de bank rustte, opende de rits en haalde er mijn smartphone uit.
Mijn blikveld ving de vrouw aan de overkant van het gangpad. Ze keek vol aandacht naar me met een boekje op haar schoot.
Ik keek even terug om haar beweegreden te vatten.
Ze was me aan het schetsen. Even glimlachte ik naar haar en keek toen weer uit het raam.

Stuurde het berichtje naar mijn vriendin. Kreeg prompt een antwoord. Stuurde een grapje terug. Tussendoor gleed het landschap mijn aandacht binnen en voelde ik een glimlach om mijn mond krullen.
Ze was me aan het tekenen.
Ik keek nog eens haar richting uit en lachte volmondig mijn toestemming.
Ze glimlachte zelfzeker terug, alsof ze het wist. Ze had mijn permissie. Liever een mooie schets van me gecreëerd na grondige observatie dan een momentopname van iemand die me snel vangt op foto en daarmee denkt dat hij mijn essentie kan vatten.

Ik poseerde niet, maar was me de verdere rit van de trein wel bewust dat ik in haar aandachtszone zat. Op een gegeven moment was de nieuwsgierigheid te groot en heb ik toch gevraagd of ik later het resultaat mocht zien. Ze reikte me haar boekje aan. Ik was haar eerste tekening in een verder leeg boekje. De eerste van een nieuwe reeks voor een expositie.
Vond mezelf er een beetje oud uitzien maar dat deerde me niet. Elk lijntje, kort of korter, was met vaste hand en waarheid neergezet.

We hebben de rest van mijn rit gepraat. Over kunst. Over haar exposities in binnen- en buitenland. Over het hoofd boven water houden als kunstenaar.
Over Wisper en mijn blogbericht over de wisper-express.
Over samenhuizen. Ziek zijn. En doorgaan.
En iets professioneel aanpakken en de neveneffecten daarvan.

Ik heb haar kaartje met een uitnodiging voor haar expositie in het MUHKA in het voorjaar.
Een vriendin met wie ik vanmiddag lunchte gaat met me mee.
Een tweede vriendin vraag ik nog, maar zie ik ook volmondig ja knikken.

Uitstap. Check!

Maar zover zijn we nog niet. Eerst maar een ferme namiddagdut op mijn eerste dag van het weekend. Dat het me deugd mag doen.

brunel-johnson-368289

Photo by Brunel Johnson on Unsplash

Deze foto zocht ik een aantal dagen geleden uit. Nu pas vormen zich er ook woorden bij.

De laatste maanden werd het erg mistig in mijn hoofd.
Focus houden was moeilijk omdat er zeer vreemde dingen gebeurden in de samenwerkingssfeer, die ik allemaal aan elkaar ging linken waardoor een steeds ‘steviger’ geconstrueerd verhaal ontstond. En ik het gevoel kreeg dat werken een ‘overlevingsstrijd’ werd.
Nog erger dan het hanteren van de chronische ziekte die mij alert houdt.
En energie vraagt.

Dat patroon van mentale verhalen construeren is niet nieuw.
Ik zocht betekenis achter gebeurtenissen, durfde ze niet altijd aftoetsen en waar ik het wel deed kon het antwoord me soms ook niet helemaal overtuigen.
Loslaten lukte niet. Ik moest één en ander oplossen om vrede te vinden.
Bovendien stapelde het aantal uit te typen verslagen zich op zonder dat ik ruimte vond om er vooruitgang in te boeken. Tijd om vergaderingen voor te bereiden werd ook steeds krapper.
Van focus en actie naar Next en Repeat. Zonder te vergeten ademen.

Ik geraakte in ademnood.
Ik zag geen lichtpuntje meer.

Dus trok ik de stekker eruit en nam twee weken en een half zelfzorg.
In de overtuiging dat al mijn werk wel zou zijn weggewerkt tegen mijn terugkomst.
Neen, zo naïef ben ik nu ook weer niet 🙂
Neen, in de hoop dat de mist in mijn hoofd zou kunnen optrekken en ik weer ruimte vond.

Vandaag kijk ik tevreden terug op de afgelopen werkweek. Eén en ander is doorgepraat.
Ik heb eerlijk en zonder taboe mijn waarnemingen, interpretaties en mentale constructies toegelicht bij een aantal collega´s. En het lijkt dat daarmee voor mezelf de mist is opgeklaard. Ik zie nu weer helder welke aspecten in mijn mentale constructies ik mag loslaten en welke ik in de toekomst mag blijven observeren en evalueren in de context van nieuwe gebeurtenissen.

En ja, ik heb me daarin heel kwetsbaar opgesteld.
Maar ik voel de kracht die daarvan uitgaat.
Het liefdevol vuurtje gaat weer branden, merk ik.

En als mijn openheid en eerlijke inkijk in mijn ‘zieltje’ alsnog worden misbruikt, dan ben ik weer een illusie armer en een les rijker.

De spreuk die ik onlangs in mijn mail vond vanwege gratefulness.org verwoordt mooi mijn opbrengst van de afgelopen weken:

Let me fall if I must.
The one I will become will catch me.

En een liedje kan er ook nog bij, om te ‘landen’ op een zonnig mentaal plekje dit weekend:
Als de rook om je hoofd is verdwenen door Boudewijn de Groot.

Een hart voor EHPO

tim-marshall-114623

Photo by Tim Marshall on Unsplash

Waar had ik het ook alweer…even zoeken…
Ah, hier: Let´s go for EHPO. Eerste Hulp bij Psychisch Ongemak.
Een bericht dat alweer dateert van mei 2015.
Waarom nu? Geen idee. Goddelijke ingeving wellicht.

Zoals EHPO, dat is ook geen idee. Dat is slechts tekst op een blog. Mocht het een idee zijn dan kon ik er een patent op nemen. En als iemand het dan zou uitwerken en verkopen kreeg ik telkens een bedrag gestort. Dat zou ik dan aan goede doelen geven. Zoals het aanboren van talenten bij mensen die nu uitzichtloos zijn. Hen in hun kracht zetten en hun ogen doen glanzen. Hen doen aanvoelen dat er mensen zijn die weten wat luisteren is en verbindingen leggen die logisch zijn maar waar bijna niemand de verantwoordelijkheid voor neemt. Hen inspireren zodat ze ook goesting krijgen om te luisteren en verbinden. Een beweging op gang brengen.

Misschien is er dan op een dag één van deze mensen die een generische versie van mijn idee maakt. Er een Engelse term aan geeft en het goedkoper verkoopt. Dat kan natuurlijk. Dat heb je in deze wereld. En dat is eigenlijk een goede zaak. Ideeën moeten leven. Moeten doen leven. Zolang ze met een hart voor verbinding worden uitgewerkt.

Al ken ik niets over zaken doen. Anders was ik rijk en zouden anderen voor mij deze berichten schrijven. Neen, dat is niet waar. Daarvoor schrijf ik te graag. Ik herlees ook graag mijn eigen berichten. Tja.

Ik heb trouwens een tweede bericht geschreven over EHPO: ‘Over het muurtje kijken. ‘ Waar heb ik het gelaten? Momentje. Voilà.

En nu ik dat herlees. Yep. De cirkel is weer rond.
De laatste regels in dit blogbericht van 28 november 2016 vatten mijn dag goed samen.

Samenwerken in netwerken.
Expertise samen leggen in plaats van het warm water telkens opnieuw uit te vinden.
En delen. En leren van elkaar. En groeien en samen bloeien met een welomschreven doel voor ogen.

Mag ik dromen? Zo om negen uur op een doordeweekse maandagavond? Of zal ik het sparen voor straks?

Dat de geestelijke gezondheidszorg zichzelf overbodig mag maken.

Amen.’

 

 

 

 

Big Sister

sorasak-222550

Photo by Sorasak on Unsplash

‘Het is uit met zijn vriendin.’
‘Echt? Is hij depri?’
‘Dat weet ik niet.’

Einde discussie.

Twee treinstations en talloze akkefietjes verder:
‘Zij maakt foto´s van haar kat. Daar is echt een hoek af.’

Mensen beluisteren die het over rariteiten hebben. Een fijne tijdsbesteding op de trein. En ik hoefde niet meer te doen dan stil te blijven zitten en mijn oren te spitsen naar het gesprek op de twee zitjes achter me. Ze moesten eens weten dat ik hun woorden hier publiek maak. Zouden ze er dan een schepje bovenop doen? Of zouden ze op hun woorden letten? Een mens waant zich niet gehoord als hij zich in een kleine ruimte bevindt. Lekker intiem. Onder ons gezegd en gezwegen…weet je al…echt?!

Een mens waant zich ook niet bekeken op straat. Maar je wil niet weten hoeveel camera´s er hangen. Hoeveel camera´s en microfoons al ingebouwd zijn in ‘smart’ straatverlichting.

Zelf heb ik al twee drones in mijn tuin ontmoet. De eerste keer zat ik wat te werken aan mijn klaptafeltje toen een groot wit exemplaar met een zijde van een dertigtal centimeter op ettelijke meters boven mijn tuin bleef hangen.
Hallo?! Mag dat? Neen dat mag niet. Dat is inbreuk op de privacy.
En weg was hij nog vooraleer ik mijn gedachten had prijs gegeven en ik had zijn nummerplaat niet.
De tweede keer vond ik een brief tussen mijn post van een buurman. Hij was zijn ‘helikoptertje’ wellicht in één van de tuinen van zijn buren kwijtgespeeld. Of we het alstublieft konden terugbezorgen op adres zus, of verwittigen op vaste telefoon zo of mobiele telefoon plus… Ik was er meteen zeker van dat het projectiel zich in mijn tuin bevond. Het was echter te donker om te gaan kijken. De volgende ochtend schoot ik mijn kamerjas aan en een paar schoenen en trok de tuin in waar ik inderdaad zijn ‘helikoptertje’ vond. Dat er een camera op zit? Dat verzwijgen we voor het gemak. Dat hij boven mijn tuin, mijn privacy vliegt en beelden maakt, dat ook. Dat ik het vriendelijk zou gaan terugbrengen zodat hij zijn speeltje niet te lang moest missen, was buiten mijn aard gerekend.

Ik heb de wijkpolitie gebeld en verteld wat ik had gevonden. Ik had het kabeltje al losgetrokken en de geheugenkaart eruit gehaald. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik niet opgezet was met mijn vondst en dat zij dat aan de eigenaar mochten gaan uitleggen. Dat ik het zelf niet ging terugbrengen.

Een tiental minuten later stond een politieagent aan mijn deur. Duidelijk in zijn nopjes. ‘Dat heb je prima gedaan mevrouw’. Ik heb hem alles meegegeven en met kloppend hart de deur afgesloten.

Ja, er is intussen een wetgeving op het gebruik van drones.
Maar ook, ik vrees dat we maar half beseffen hoeveel we prijs geven.

Waar blijft die drone als hij kan registreren dat ik depri ben of er een hoek af is van mijn kat? Waar is mijn bezem om de volgende drone een welgemikte dreun te geven? Of vlieg ik er maar meteen achteraan op die bezem?